Zoeken
Navigatie
Gebruikerslogin
2. De ruimte

- lucht
- grond
De scheiding tussen deze beide is de horizon:
- deze bevindt zich op ooghoogte.
De onderlinge verhoudingen tussen de ruimte voor de lucht en die voor de grond kan uiteraard verschillen:
- zij is afhankelijk van hoe hoog je staat.
Dus:
- sta je hoog
- weinig lucht
- veel grond
- sta je laag
- veel lucht
- weinig grond.
Hierdoor vallen de „Hollandse luchten” ook zo op, immers: Nederland is een laag, vlak land, waardoor je meestal laag staat en dus relatief veel lucht ziet.

Maak de scheiding grond/lucht niet precies op de helft van je papier; dat doet niet prettig aan.
Ga nu op stap en zoek naar een omgeving welke zo veel mogelijk aan bovenstaande voldoet.
Natuurlijk tref je zo’n omgeving zelden aan, want meestal staat er wel her en daar een en ander aan struikjes of bomen. Die objecten in het landschap laten we bewust weg, want het gaat ons nu alleen om lucht en land.
Je zal zien, dat:
LUCHT : de intensiteit van de kleur en de structuurwerking van de wolken nemen van beneden naar boven toe.
LAND : naarmate de gronddichterbij is, neemt de intensiteit van de kleur en de werking in de structuur toe.
OF : hoe verder weg, des te minder
- kleurintensiviteit
- structuurwerking
In een dwarsdoorsnede zou je je het zó voor kunnen stellen als links hiernaast.
Het valt waarschijnlijk op, dat je tekening door de kleurintensiteit en de structuur als het ware rond loopt.
We komen er later op terug.
Opgave
Maak met wit en zwart krijt op getint papier een illusie van een landschap. Per schets maximaal 5 minuten.
Ga zolang door, totdat je een landschap hebt met wijkend grondvlak, dat bij de horizon in een hemelkoepel overgaat.






