Zoeken
Navigatie
Gebruikerslogin
3. Weerspiegeling 1

Als je een paal in het water ziet staan en het water is rustig, dan zie je vanaf het punt dat de paal de waterspiegel bereikt er een tegenovergesteld beeld ontstaat, wat de illusie geeft even groot te zijn als de paal zelf.
Met deze regel als basis, is het mogelijk om elke weerspiegeling te berekenen.
Op het voorbeeld rechts: een rechte en scheve paal en een vlondertje.
Opgaven

Probeer zelf wat van deze situaties te schetsen:
- rechte paal
- scheve paal
- twee kruisende palen
- vlondertje
- zeil van een boot
- enz.
Denk er steeds aan, dat op de waterlijn het spiegelbeeld begint, dus:
Als een paaltje op de oever staat, moet je de waterlijn doordenken.
Als dit duidelijk is, maak dan een eenvoudig bouwsel aan de waterkant.






