Inhoud
Stand 1 - naar model Stand 2 - van opzij Stand 3 - zitten Stand 4 - variaties op zitten Stand 5 - liggen Stand 6 - hurkstand Stand 7 - driekwarstand
Stand 1 - naar model
Neem één van de standen uit figuur met één standbeen (figuur 13)
- controleer of de verhoudingen goed zijn
- houding ontspannen
- schets met zeer lichte druk op krijtje, dan wordt je tekening niet zwart en vlekkerig
- eerst de basisfiguur aangeven zoals omschreen bij figuur 10
- geef met wat lijntjes de kleding en schoenen aan
- zoek de tintverhoudingen op:
- donker
- middel
- licht
—> werk in deze volgorde
- nu je tekening wat accentueren met dikkere en dunnere (verlopende) lijnen
- afwerken door in de 3 hoofdtinten nuanceringen aan te brengen.
Dit is eigenlijk de werkwijze voor elke schets en daarna uitwerking tot tekening !
Opmerkingen:
- Als bijvoorbeeld een blouse wit is, toch werken zoals we gewend waren:
- stand
- verhoudingen
- volume
→ niet direct in het wit gaan gummen. Het vlak toont vanzelf wit, als je de achtergrond wat kleur geeft.
- Houdt het krijtje zo lang mogelijk vlak. Pas wanneer je weet waar de lijnen moeten komen, kan je ze aanzetten (figuur 4).
→ Omlijn niet alles. Gebruik dit alleen voor de accenten.
Tekenen is eigenlijk de kunst van het weglaten.
- Probeer deze schetsen eens met krijt (serie Hardtmuth nr. 95 of 210) op getint papier. Je zal verbaasd zijn van het effect.
- Teken het model ook eens op de rug gezien (figuur 14).
- Het is soms heel handig om wat hulplijntjes te gebruiken:
- wat is bijvoorbeeld de richting van de lijn tussen de handen
- wat is bijvoorbeeld de richting van de raaklijnen.
Zoek deze hulplijnen op door een potlood, dat je met gestrekte arm in de hand houdt, in de juiste richting te houden. Zet de gevonden richting evenwijdig over op je papier (eventueel met behulp van een ander potlood).
Ook lengtes kan je met behulp van deze methode overbrengen. Maat meten tussen topje van de duim en eind van het potlood. Daarna in de goede maatverhouding overbrengen op je papier (figuur 14a).
|



|