Zoeken
Navigatie
Gebruikerslogin
Hoofdstuk 5 Het hoofd opzij (profiel)
Inhoud
Inleiding
Profiel tekenen naar model
Inleiding
Hierbij ontkom je er bijna niet aan om voorhoofd, neus, mond en kin aan te geven. Dit lijkt dus vrij moeilijk.
Als je deze onderdelen getekend hebt, kan het nog steeds voorkomen dat de tekening niet lijkt. Dat komt, omdat naast het voorhoofd, neus, mond en kin, ook de vorm van het hoofd (algemene indruk) en de verhoudingen een grote rol spelen.
Het is heel belangrijk dat je die twee goed leert zien.
Een hulpmiddeltje om dat te ontwikkelen is als volgt:
- Maak drie vierkantjes van ongeveer 7 x 7 cm. (je kan ze tekenen, maar je kan ze ook knippen uit bijvoorbeeld gekleurd papier, is hardstikke leuk werk) (zie figuur 21)
- Geef hierop aan:
- achterhoofd
- hals
- haarimplantlijn
- Verdeel het gedeelte haarimplantlijn - kin in drie gelijke delen
- Maak achtereenvolgens een:
- rechte}
- bolle } lijn tusen haarimplant en kin
- holle }
- Teken of knip vervolgens:
- voorhoofd
- neus
- mond en kin
Wij zijn er bij deze drie silhouetten vanuit gegaan, dat de verhouding voorhoofd (vanaf de haarimplant) : neus : mond, kin = 1 : 1 : 1. Dit is ongeveer waar. Het is vanzelfsprekend dat hierop vele kleine afwijkingen mogelijk zijn. Bovendien is het profiel van een vrouw over het algemeen wat zachter en ronder dan dat van een man. En dit geldt ook weer voor een kind ten opzichte van een vrouw.
Bovenstaande houdt in, dat je veel basisprofielen kan maken (36 stuks).
| recht |
- gelijke delen |
- man - vrouw - kind |
| - voorhoofd groter |
- man - vrouw - kind |
|
| - neus groter |
- man - vrouw - kind |
|
| - mond / kin groter |
man vrouw kind |
|
| bol |
- idem |
- idem |
| hol | - idem |
- idem |
Daarnaast speelt ook nog de vorm van de onderdelen op zich een rol. Toch leert de praktijk, dat, wanneer je volgens deze methode te werk gaat en je steeds weer goed de specifieke kenmerken in je opneemt, het eigenlijk best wel mogelijk is om een herkenbaar silhouet van iemand te maken.
Oefening 1
Maak eerst eens een aantal basisprofielen volgens het schema zonder daarvoor modellen te nemen. Ga daarmee door, totdat de verschillen je duidelijk zijn geworden.
Oefening 2
Probeer nu een silhouet te maken volgens model.
Voor het gemak zou je een lamp achter je model kunnen zetten, zodanig, dat je zelf niet in de lamp kijkt en dat het gezicht donker lijkt.
==> je ziet dan beter de contouren en je wordt niet afgeleid door onnodige details.
Opmerking
Het lijkt mij leuk en zinvol om zeker oefening 2 ook eens uit te voeren in knipwerk.
Profiel tekenen naar model
Je volgt hierin weer de inmiddels bekende methode.
- vorm van het hoofd (hol, bol, recht).
- stand en lengte van de hals.
- aanzet schouder en borstgedeelte (ligt eraan tot hoever je je portret maakt).
- vorm van het haar.
- indeling voorhoofd - neus - mond en kin - gedeelte.
- vaag inschetsen profiel ==> tekening moet nu lijken.
- hier en daar licht accentueren met wat zwaardere lijntjes.
- bekende tintverhoudingen.
- weer wat accenten aanbrengen.
- afwerken door in de drie hoofdtinten wat te nuanceren.






