Start
Start

Teken Tips

Start

Zoeken

Reacties

  • Uw eigen tips
  • Vragen aan anderen

Navigatie

  • Inleiding
  • Hfdst 1 Materiaal
  • Hfdst 2 de Mens
  • Hfdst 3 Variaties op stand
  • Hfdst 4 Begin van portrettekenen
  • Hfdst 5 Het hoofd opzij (profiel)
  • Hfdst 6 Buiten tekenen
  • Hfdst 7 De ruimte
  • Hfdst 8 Het perspectief
    • Hulpconstructies
  • Hfdst 9 Effecten
  • Hfdst 10 Ordenen
  • Hfdst 11 Bloemen en bladeren
  • Hfdst 12 Licht, schaduw en reflex
  • Reactie aanmaken

Gebruikerslogin

  • Nieuw account aanmaken
  • Nieuw wachtwoord aanvragen
Start

Hoofdstuk 8 Het perspectief

Inhoud

Het perspectief
Hulpconstructies

Het perspectief

In al het voorgaande hebben we gewerkt met perspectief, zonder nou precies te weten hoe dat gaat. Tekenen van perspectief is eigenlijk wiskunde toepassen, namelijk: beschrijvende meetkunde. Het is niet de bedoeling om de diepere roerselen hiervan aan u bij te brengen, maar alleen een toepassing hiervan en dan nog vrij oppervlakkig te behandelen om wat meer inzicht te krijgen.

Verschillen tussen „zien” en perspectief tekenen

  1. je kijkt met twee ogen en ziet dus diepte
  2. de mens kijkt actief, dat wil zeggen:
    - je loopt en beweegt
    - je hoofd en ogen gaan heen en weer, ofwel:
    • je neemt veel verschillende fragmenten op en vertaalt dat naar één totaalbeeld, terwijl een perspectieftekening maar één van die fragmenten is.
  3. vorm van het projectievlak:
    - het oog is een bol
    - je tafereel is een plat vlak.
    het oog neemt een gelijke maat steeds kleiner waar, naarmate hij zich verder van het oog af bevindt; projectie op het platte vlak blijft gelijk, dus op de tekening komt meer „vertekening” voor dan het oog registreert.
    Deze „vertekening” is in het horizontale vlak hinderlijker dan in het verticale vlak.

In de praktijk is men gekomen tot de volgende halve gezichtshoeken:

  • horizontaal = maximaal 30°
  • verticaal = maximaal 45°.

Ten slotte nog enkele verschillen

Vallende lijnenEerder heb ik gezegd dat verticale lijnen verticaal blijven. —> Dit is eigenlijk niet waar.
Als je bij een hoog gebouw naar boven kijkt, zie je de verticale lijnen iets naar elkaar toekomen, net als je gezien hebt bij horizontale lijnen, die naar één vluchtpunt gaan. Als je dit echter zo tekent, wordt dat door het oog als niet aangenaam ervaren (eigenlijk door de hersenen).
—> dit fenomen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de dominante rol van de zwaartekracht, die ons verticalen als verticaal wil laten zien.

Zo accepteren onze hersenen ook geen rechte lijn die zich als een gebogen lijn aftekent (een brug onder een bepaalde hoek). Om een indruk te krijgen wat er nu eigenlijk met het perspectief gebeurt, wordt dat hier links in twee eenvoudige voorbeelden weergegeven.

Waar we het eerder er steeds over hadden, dat de lijnen in vlakken naar vluchtpunten gaan, kan je in voorbeeld 44 zien, hoe dat gebeurt.

Voor het maken van buitenschetsen heb je de constructiemethode niet direct nodig, maar het is wel fijn om te weten, waarom bepaalde dingen er uit zien zoals ze er uit zien. Op de twee onderstaande tekeningen wordt aangegeven hoe je een perspectieftekening van een huis kan maken.

Verband tussen zien en perspectivisch construeren
Vergelijking tussen zien en projecteren op een vlak
Bruikbare gezichtshoek

Voorbeeld 44
Voorbeeld 43
Voorbeeld 44

Voorbeeld 45 Voorbeeld 46
  • Hulpconstructies
‹ De straatomhoogHulpconstructies ›
»
  • Bookmark en Deel
  • Nieuwe reactie toevoegen
© 1985-2012 J. Heijenga / Tekentips.nl. Alle rechten voorbehouden.
Disclaimer en privacy
kleurdoor